Tagarchief: verpleeghuis

De crematie

Ik vind het meestal fijn om bij een begrafenis of crematie van een cliënt aanwezig te zijn. Zeker als het een persoon is, waar ik veel contact mee heb gehad. Het geeft mij een gevoel van afsluiting, het is voor mij belangrijk. Tegelijkertijd weet ik dat er ook families zijn, die mijn aanwezigheid waarderen. 

Al was het uit mijn eigen herinneringen van de begrafenis van mijn vader. Hij was voordat hij stierf enkele maanden opgenomen in een verpleeghuis. De aanwezigheid van een groot gedeelte van de zorgmedewerkers gaf mij een goed gevoel. De verzorgers waren een deel van een heel intense en verdrietige tijd en het was goed voor mij om dit op die manier af te sluiten. 

Ik voel mij soms ook een beetje opgelaten. Een indringer. Een toekijker, bij een intiem moment van de familie. Ik twijfelde ook nog tot vanochtend of ik zou gaan. Het zijn vooral deze crematies en niet Joodse begrafenissen waarbij ik mij soms wat opgelaten voel. Bij een Joodse begrafenis is het heel gebruikelijk dat er veel mensen komen, omdat het een religieuze verplichting is de overledene naar zijn laatste rustplaats te brengen, waarbij de aanwezigheid van publiek wordt gezien als steun voor de familie. 

De crematie van de client is om 12:00 uur op de nieuwe Oosterbegraafplaats in Watergraafsmeer, vlakbij het Amstelstation, in Amsterdam. Ik heb mij kunnen vrij maken van mijn andere werk en kom vanuit Amstelveen met bus en fiets en ben erom even over half twaalf. Ik mijn broekzak twee steentjes, die ik onderweg naar hier heb opgeraapt. Een steentje van mij en een uit naam van de vrijwilligster, die de cliënt ook goed gekend heeft. Ik heb dit niet met haar overlegd, maar ik denk dat dit geen kwaad kan. In het Jodendom is het niet gebruikelijk om bloemen op een graf te leggen, maar steentjes. Een steen symboliseert de eeuwigheid, terwijl bloemen vergaan. 

Ik ken de weg naar het huisje waar we verzamelen, links van de statige ingang van de uit 1894 daterende begraafplaats. Ik ben er eerder geweest. Bij de crematie van een vrouwelijke cliënt ergens in het voorjaar van dit jaar. 

Het is spannend om naar binnen te stappen. Ik weet niet wie er allemaal is. Ik voel de extra steen in mijn broekzak, fijn dat de vrijwilligster er in gedachten bij is. Het is mooi om dit soort droevige en plechtige momenten met collega’s en of kennissen en vrijwilligers te delen. Het is dan ook een mooi gegeven dat er bekenden uit de synagoge zijn een gastvrouw en een oud-collega. Hoe anders was het bij menigeen andere begrafenis of uitvaart, waar ik de enige vanuit de organisatie was. Iemand van de familie komt op mij af en bedankt mij vanuit haar hart voor mijn aanwezigheid.  

Ook later merk ik hoeveel onze aanwezigheid wordt gewaardeerd. Aan de hand daarvan denk ik dat er aandacht moet zijn voor het laatste afscheid. We zijn als medewerkers druk met de zorg, maar het allerlaatste stukje zorg en aandacht voor de familie wordt soms over het hoofd gezien. Er is een intake, maar waarom geen outtake? 

Om enkele minuten over twaalf worden we door een uitvaartmedewerkster naar buiten genomen. We verzamelen ons voor de deur. Tegenover is een klein gebouw, een aantal mensen waaronder enkele in een electrisch voertuig verzamelen. Ik herken een van de aanwezigen als de man van een vrijwilligster, die helpt met pannenkoeken bakken op de woensdagmiddag. Het is heel opvallend dat juist nu de as van een cliënt hier uitgestrooid wordt, die enkele maanden in Beth Shalom zorg heeft gekregen.  

De uitvaartmedewerkster brengt ons naar een gebouw waar de crematieplechtigheid plaats vindt. Er wordt over cliënt gepraat als een levensgenieter, een man met humor en een harde werker. Iemand die geliefd was. Een sociaal bewogen persoon. Iemand die zijn trieste jeugd heeft weten achter zich te laten. Zijn ossenworst wordt genoemd en zijn band met de Joodse bevolking. Netjes gekleed met jasje en stropdas en een fervent bridge en schaakspeler. Iemand die het heel moeilijk had toen de laatste maanden van zijn levn de regie uit handen werd genomen en de vrijheid werd beknot. Iemand die geen kinderen had, maar als een echte vader was voor zijn peetkind. 

Alle verhalen worden afgewisseld met vooral klassieke muziek, maar ook don’t cry for me Argentina. Waarom weet ik niet. 

Als de plechtigheid ten einde is gaat de kist van de cliënt omhoog. Heel vreemd voor mij om de kist door een gat in het plafond in de aangrenzende ruimte te zien verdwijnen. De deuren tussen de ruimte gaan dicht en we gaan naar buiten. Daar ziet zijn vrouw mij bij het verlaten van de zaal en barst in snikken uit. Nu weet ik zeker dat ik er goed aan heb gedaan om hier te zijn.  

© Amiad Ilsar. 

Advertenties

Challes

Hoe is het vandaag gegaan? Ik stelde deze vraag aan mijn Duitse vrijwilligster. Ik was vandaag net teruggekomen van een korte vakantie, had dus niet gewerkt. Ik had haar voor mijn vakantie gevraagd of ze vandaag challes met de cliënten zou willen bakken. Met veel enthousiasme had ze ja gezegd. 

Ik had haar vervolgens meegenomen in het proces van het maken challes in het verpleeg- en verzorgingshuis. Op een vrijdagochtend had ik haar gevraagd met mee te komen naar de keuken in plaats van hulp met het ontbijt bieden op de vierde etage. 

Het hele proces werd door haar met grote nauwkeurigheid op haar telefoon genoteerd. Van het pakken van de ingredienten uit het magazijn tot het mengen in de mixer. 

De laatste drie jaar bak ik met de clienten challes. Als er genoeg hulp is bakken we tegenwoordig soms vier kilo meel tot geurige challes. Die we daarna deels verkopen.  

De hulp komt soms van stagiaires, tijdelijke vrijwilligers en als drijvende kracht onze trouwe Duitse vrijwilligers. ‘Ik heb challes leren bakken’, sprak de Duitse vrijwilliger,van twee jaar geleden, toen hij de eerste dagen zich aan het inwerken was. Het was heel bijzonder voor mij dat iemand zich met zoveel interesse voorbereidde op zijn taak en thuis al geoefend had met het voor ons speciale brood.  

De beoogde Duitse vrijwilliger van dit jaar kwam echter niet opdagen. In april kregen we uiteindelijk alsnog een vaste Duitse vrijwilligster, een cadeau, Claudia, voor vier dagen per week, die bij haar aanvankelijke project weg was gegaan. 

Claudia is ook zeer betrokken bij haar werk en bij alles wat ze onze cliënten kan geven. Concreet wist ze met een viertal cliënten challes te vlechten van het deeg wat ze had voorbereid. Dat kon ik zaterdagavond laat in haar berichtje lezen.  

Drie strengen per challe. Een brood bestaande uit deegrollen, die verbonden worden. Claudia deed dit samen met een meisje van bijna twaalf. In het Jodendom is een meisje met haar twaalfde verjaardag kerkelijke meerderjarigheid, haar bat mitswe. In het kader daarvan kwam ze iets goeds voor de maatschappij doen. 

De taak die Claudia op zich nam is heel bijzonder. Zij is de kleindochter van een opa die een Nazi was. Zij bakte nu twee generaties later, een brood met een grote symbolische waarde in het Jodendom. De challes onder het kleedje op de sjabbattafel, elke week weer zijn meer dan gewoon brood. Zij deed dat door een toekomstige Joodse generatie te begeleiden en ouderen, die hun leven afsluiten. Strengen van verschillende mensen, leeftijden, van verschillende plekken op deze aarde en verschillende achtergronden. Strengen van hoop, strengen van liefde voor elkaar en voor de Joodse waarden. Deze strengen worden in elkaar gevlochten en tot een geurend brood, een challe gevormd.  

Dank je wel Claudia. 

© Amiad Ilsar. 

Afscheid van ons sociaal werkster

Afgelopen vrijdag kwam ik op de derde verdieping van het verpleeghuis een nieuwe bewoonster tegen. Ontredderd stond ze met een arm in het gips tegen een deur te bonken. Ze was ervan overtuigd dat de kamer achter de gesloten kamerdeur waar een andere bewoner van het verpleeghuis woonde haar kamer was. Vijf jaar woonde ze daar al, wist ze mij met overtuiging te vertellen. Met wat aandacht lukte het om mevrouw richting haar nieuwe kamer te brengen. Een lege kamer die mij in eerste instantie het gevoel gaf dat ik mij vergiste. Alleen de zwarte handtas die aan het bed, waar nog geen overtrek, lakens en sloop lagen, gaf mevrouw en mij een hint dat deze kamer van haar was. 

Het is in de vroege uren van deze dag als ik op mijn fiets richting het nieuwe busstation in Almere rij. Tevens de woonplaats van Tineke, onze sociaal werkster. In een rij staan langs de weg een rij jonge eikenbomen. Een groot deel daarvan hebben inmiddels bruine bladeren, net zoals veel andere bomen die in de buurt zijn geplant ter voorbereiding van de Floriade. Bomen geplant in de droge kleigrond in een droge tijd. Dat overleven deze bomen niet.  

Om bomen te laten overleven hebben ze genoeg water, lucht en goede aarde nodig. Als nieuwe bewoners worden opgenomen dan is het belangrijk dat de kamer gereed is. Ik weet in de aantal jaren dat ik met Tineke werkte dat ze de contactpersoon bij een nieuwe opname was en dat ze zorgde voor de voorwaarden waarbij iemand zo optimaal kon aarden in de nieuwe omgeving. Maar behalve dat deed Tineke meer, veel meer.  

Tineke was een aanspreekpunt voor bewoners. Voor een praatje een klein beetje aandacht. Maar ook bij conflicten tussen bewoners. Tineke loste concreet problemen op. Bewoners ruziede over waar te gaan zitten kletsen. Links of rechts van de lift en Tineke nam daarin een besluit. De ene groep links de andere rechts. 

Tineke was actief bij het moreel beraad en probeerde samen met medewerkers tot logisch geredeneerde oplossingen te komen voor dringende problemen. Tineke hielp op vrijdag met de optredens en de daarbij gekoppelde lunch. Tineke stond achter de haringkar of schepte patat. Tineke hield van eieren bakken voor de bewoners, een huiselijke sfeer creëren voor een ontbijt of diner.  

En Tineke is zelfs ze nu op pensioen gaat nog steeds inzetbaar als vrijwilligster voor het for ever young festival. Tineke hielp en was een van de organisatoren van de 4 mei herdenking en Tineke bewaakte als geen ander de Joodse identiteit. Tot slot kan ik noemen dat Tineke ook jarenlang in de ondernemingsraad heeft gezeten. 

Deze vrijdagochtend stond ik met een vrijwilligster, die toevallig even tijd had om langs te komen in een binnentuin met alleen maar planten en bomen. Geen bewoners. Het is stil in het huis zonder Tineke op vrijdag. 

Tineke werkte vrijdag, van dinsdag tot en met vrijdag, omdat ze op maandag een vaste dag had voor haar kleinkinderen. Via de sociale media mocht ik foto’s bewonderen van oma Tineke met de kleinkinderen. Via diezelfde sociale media was Tineke te volgen bij de Ajax wedstrijden of haar vakanties in Griekenland. Tineke doet veel en wat Tineke doet, doet ze met enthousiasme. 

Tineke is een doenster altijd in beweging, maar Tineke is tegelijkertijd ook een denkster. Iemand met een duidelijke eigen mening en visie.  

Een aantal dagen nadat er bekend is gemaakt dat er een biljoen bomen moeten worden geplant om de klimaatveranderingen te beperken, willen wij je een olijfboom geven die in Israël voor je is geplant.  

Zoals er in het boek spreuken wordt gezegd; het is een boom des levens voor diegenen die haar omhelzen. Degene die haar omhelzen zullen gezegend worden. 

© Amiad Ilsar. 

Met vriendelijke groet,

Amiad Ilsar.

Wat betekent ASF voor ons

Het is vrijdagmiddag. Ik kijk op mijn telefoon. Op het scherm van de telefoon lees ik sjabbat sjalom. Het is een mooie wens. Een wens geschreven door een vader van een oud ASF vrijwilliger. ASF, de organisatie Aktion Sühnezeichen Friedensdienste, viert dit weekend zijn zestigjarige samenwerking met Nederland. Zestig jaar lang compenseren Duitse vrijwilligers landen, die geleden hebben van de Tweede Wereldoorlog. Deze vader is niet Joods, maar het is bijzonder attent. Juist omdat hij niet Joods is. Hartverwarmend. Dit appje is kenmerkend van hoe vrijwilligers en familieleden van de ASF zich openstellen tegenover de Joodse gemeente. Open begripvol met liefde, warmte en nieuwsgierigheid.  

Ik heb in de afgelopen jaren veel vrijwilligers ontmoet. Met bruine, blauwe, groene en grijze ogen keken zij mij altijd met interesse aan. Vrouw, man, meestal in de leeftijd van rond de twintig, net klaar met de middelbare school. Ze komen dan vaak worstelend met de vraag wat verder te gaan te studeren voor een jaar naar Nederland en andere landen in de wereld. Een vrijwilliger of vrijwilligster komt dan naar ons verzorging en verpleeghuis. 

Een jaar van hun leven geven de vrijwilligers voor onze bewoners. Een heel klein deel hiervan heeft nog de tweede wereldoorlog meegemaakt. Bij hun kinderen speelt vaak nog de tweede generatie problematiek.  

De vraag die nu wordt gesteld bij dit zestig jaar jubileum of en hoe ASF in de toekomst verder wil. De tweede wereld oorlog komt steeds verder weg te liggen en de nieuwe generaties zijn allang niet meer schuldig aan de donkere dagen van toen. Ik denk dat het antwoord te vinden is in de tweede generatie. Deze generatie is nog lang niet klaar met de invloeden van de oorlog op hun leven. Ikzelf ben ook tweede generatie en bij ons net als vele anderen was het gebrek aan familie altijd voelbaar. Een klein hecht groepje familie was overgebleven. Het was soms verstikkend. We werden beschermd opgevoed.  

En dan was er de stilte. De tweede wereldoorlog, was altijd aanwezig, maar je kon er nooit over praten. Aan de andere kant had je gezinnen waar de overlevenden familieleden niet ophielden met vertellen en de overige familie traumatiseerde. Kortom de sporen van de Tweede Wereldoorlog zijn nog steeds in de Joodse Gemeente aanwezig.   

Het huidige concept van de organisatie geeft mij voor elf maanden een collega. Iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, die er is wanneer hij of zij er moet zijn. Iemand die feilloos weet en aanvoelt wat hij of zij kan bieden aan een bewoner van ons huis. Er wordt geholpen bij een ontbijt, activiteiten en cliënten krijgen extra persoonlijke aandacht. 

Kijkende naar de toekomst dan is het die aandacht, die een deel uitmaakt van de missie van de ASF. Aandacht voor de medemens. Aandacht naar wie hij of zij is, zijn religie, cultuur en afkomst.  

Het is een tegenovergesteld proces van generalisatie, creëren van een hij zij gevoel, van een wij en een vijand. Processen die ten grondslag lagen aan het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog.  

Aandacht voor de ander is het middel om het doel namelijk de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Dit is de missie die ik de ASF voor de toekomst zou willen meegeven.  

© Amiad Ilsar. 

Activiteiten

Een ontmoeting in een verzorging en verpleeghuis levert een beeld op van vele kamers en woonkamers. Verstopt in de kamers zitten er bewoners, die niet mee willen doen met de algemene activiteiten. Ook in de woonkamers kan er eenzaamheid heersen. Ouderen kijken elkaar aan zwijgend aan, terwijl ze tegenover elkaar zitten aan een al dan niet gedekte eettafel. Het is somber, deprimerend een verzameling van droefenis. Zo een beeld brand op het netvlies. Het is aan ons- de proffessionals, de mantelzorgers, de vrijwilligers-om dit beeld te veranderen. Hoe doen we dat? 

Er zijn grofweg twee wegen. De weg waarbij we zorgen dat er meer activiteiten zijn in de woonkamers. Deze manier heeft meestal een aantrekkende kracht op de bewoners en zorgpersoneel, die zich rondom de woonkamers bevinden. De activiteiten creeeren een sfeer van veiligheid en warmte. Het wordt prettig om de afdeling op te lopen en er te vertoeven. Het lijkt een oplossing in het geven van gepaste zorg voor een behoeftige doelgroep.  

In ons verzorging en verpleeghuis is er nog een andere mogelijkheid namelijk mensen van verschillende afdelingen samenbrengen voor een activiteit in de binnentuin. Een algemene ruimte die tot doel heeft om een samenzijn te creeeren. In het bijna 30-jarige huis kwamen bewoners, bezoekers en medewerkers samen in het verleden samen. Bewoners waren daartoe in staat. Maar in een veranderende realiteit waarbij de bewoners steeds cognitiever en fysieker beperkter worden moeten bewoners gepord en vaak ook gehaald worden om naar het groene hart te komen en er zijn momenten dat de stilte en leegte als een grauwe deken over de oranje stoelen hangt.  

Persoonlijk geloof ik een model waarbij de nadruk ligt in een centrale rol van de binnentuin als ontmoetingsplek en activeringsplek. Ik ben iemand die erg gelooft inclusie. Juist op de dag dat ik hier mijn mening formuleer wordt er bekend wordt dat inclusie op scholen lijkt te zijn mislukt. Geen gemengde klassen met kinderen meer. Geen kinderen met en zonder rugzakje samen. De leraren hebben geen tijd en middelen, te veel kinderen met problemen die aandacht eisen, de scholen voor speciaal basisonderwijs lopen weer vol. 

Ook bij in het verzorging en verpleeghuis speelt het gebrek van tijd en middelen een rol. De afstanden van boven naar beneden moeten met de bewoners worden afgelegd, de looptijd is relatief lang en dan moet er ook nog worden gewacht op de lift. En na een uurtje moe de weg omgekeerd worden genomen. De inclusie van de verschillende doelgroepen kost veel, maar de winst is enorm. Een kloppend hart in het gebouw, bewoners komen hun afdelingen af, vriendschappen tussen bewoners door alle lagen van de bewoners komen tot stand. En ja er blijven mensen achter in woonkamers en kamers. Het lastige is dat het geen zaak van of, of van en, en zou moeten zijn.Daarvoor moeten condities geschapen worden. Meer tijd, meer middelen. Iets wat een grote uitdaging is. 

Het eerder genoemde beeld van een verlaten binnentuin is namelijk de andere kant van de gewilde activiteiten op de afdelingen.  

© Amiad ilsar 

De schoen

Ik bevind me in een schoenenwinkel. Ik pas een nieuwe schoen. Hij is nog stug, ruikt naar nieuw, ik moet de veters ontwarren en wring mijn voet in de ruimte waar net nog een prop papier zat. Ik loop met een nieuwe en oude schoen naar de spiegel. Kijk hoe het nieuwe schoeisel aan mijn voet zit en ik loop enkele passen. Controleer de pasvorm.  

Het is druk in de winkel. De aanbiedingen trekken vele potentiele kopers op deze zondag. Als ik terugloop moet ik mijn plaatsje op de bank heroveren. Overal liggen schoenen. Op de bank en op de grond. 

Enkele weken geleden lag er ook een schoen op een bank. Niet in een schoenenwinkel maar op mijn werk in een verzorgingshuis. Een zwarte herenschoen. Hij lag op een witte bank, die in de gang bij de lift stond. Een bank die er inmiddels niet meer staat en een schoen die er inmiddels niet meer is.  

De zwarte schoen ligt verlaten op de witte bank

Een beeld uit het verleden opgeroepen door het heden. 

Mijn gekochte schoen is niet zwart. Het is een gekleurde moderne sportschoen van een bekend Amerikaans sportmerk. Ik maak Amerika great again, terwijl ik mijn grijze sportschoenen met opvallende oranje veters van hetzelfde merk achterlaat.  

We stappen door de tijd en laten na afzienbare onze al dan niet versleten schoenen achter. Als medewerker in het verzorging en verpleeghuis heb je sterke stappers nodig.  Je moet sterk in je schoenen staan en lopen. De werkdruk is hoog, maar op de dag dat ik mijn schoenen vooral in de huisomgeving gebruik, omdat het openbaar vervoer staakt, mis ik de aandacht voor de druk in de zorg.  

Na eerdere stakingen in het openbaar vervoer en onderwijs over werkdruk, wordt er nu weer gestaakt ditmaal voor de pensioenleeftijd. Net alsof de medewerkers in de zorg geen zwaar beroep hebben. Op de witte bank staan echt geen schoenen van medewerkers. 

Hier op de gesloten derde verdieping worden voorwerpen op de meest onverwachte plekken achtergelaten. De man of vrouw van de schoen- een herenschoen impliceert hier niet dat degene die hem in het bezit had ook een heer was- is hem misschien allang weer vergeten. In deze gesloten wereld is de verbinding tussen de stappen soms zoek.  

Het zijn de schoenen, de stappen, van de medewerkers, vrijwilligers en familieleden, in wisselende volgorde, die hier het geheel vormgeven. De meeste bewoners, die nog kunnen lopen weten de weg niet meer. Ze weten niet meer waar, wanneer zij hier gelopen hebben.  

Zittende op de witte bank kun je hier in de gang een wisselende stroom van bewoners waarnemen. Achter je bevindt zich de gecamoufleerde lift waar bezoekers en medewerkers eventueel ongezien gebruik van kunnen maken. 

De zwarte schoen ligt hier misschien minuten, een kwartier, een half uur een uur. Zou iemand het hebben opgemerkt? De kans is klein. 

De meeste bewoners missen de opmerkzaamheid, de energie en de wil om alleen naar beneden te gaan. Medewerkers hebben het druk en lopen hier gehaast voorbij. Ze hebben andere doelen voor ogen dan de omgeving te bestuderen. En toch heeft iemand uiteindelijk de schoen weggehaald. Wie hem heeft weggehaald en wie hem daar eerder heeft neergelegd blijft voor mij een raadsel.  

Nadat de schoen is verdwenen verdween ook de witte houten bank.  Drie losse leunstoelen staan er nu. Zonder schoen. 

© Amiad Ilsar. 

Help

‘Help, help’, klinkt het door de gangen van het huis. Een vrouwenstem herhaalt in een monotoon ritme van elke twee, drie seconden haar noodkreet.

In een wereld van een verzorgingshuis en verpleeghuis is de betekenis van de kreet help, niet equivalent aan de hulproep zoals die in de gemeenschap wordt geuit. Help is een roep om aandacht, niet altijd verbonden met een bedreigende situatie.

Een buitenstaander die gestart is met vrijwilligerswerk heeft geen kennis van dit plaatselijk dialect en lijkt geschokt van het feit dat medewerkers ongestoord hun bezigheden voortzetten terwijl er duidelijk iemand om hulp schreeuwt. Hij zegt er niets van. Maar later als we er over spreken blijkt zijn ontsteltenis. Mijn uitleg kan hij niet helemaal te bevatten en riep bij mij ook vragen op die ik hier graag deel.

Dezelfde hulpkreet van deze vrouw leidde mij en een andere jonge vrijwilliger eerder deze maand naar een kamer met openstaande deur, waar de hulproepster een statige vrouw bleek te zijn. De vrouw vroeg ons om haar te helpen om naar bed te gaan. Gezien het vroege tijdstip van de dag, leek mij dit geen goed idee. Ik probeer haar te overtuigen. Probeer haar met argumenten zoals het is nog vroeg en ik ben niet bevoegd om u in bed te leggen, te overtuigen.

Ze blijft echter aandringen en blijft onvermurwbaar bij haar mening. Het gevolg is dat ik in gewetensnood kom. De muren van het kamertje lijken mij in te sluiten en drukken op mijn moraal. Wie ben ik die een vrouw van ruim negentig jaar in een rolstoel verbiedt om op bed te gaan liggen. Mijn verbod heeft alleen kracht omdat ze in een rolstoel zit. Deze mevrouw kan niet anders dan mijn hulp inroepen. Wat als ze nog kon lopen? Wat als ze thuis zou wonen? De regel dat haar niet naar bed wil brengen is mijn regel, is mijn gedachten en is gebaseerd op mijn waarden en normen.

Nu ik hier met de vrijwilliger ben kunnen wij haar op bed leggen. Alleen had ik dit niet aangedurfd. Mevrouw zit niet op een tilmat en hoeft dus niet met een tillift te worden verplaatst. Mijn inschatting is dat we geen zorgmedewerkers hoeven te storen. We kunnen dit met elkaar wel klaren.

We rijden mevrouw naar haar bed. We helpen haar overeind. De draai van rolstoel naar bed gaat moeizaam. Moeizamer is de beweging naar het matras. Mevrouw ploft neer op de rand van het bed en nu zullen we uit gebrek van haar medewerking haar omhoog het bed op moeten sjouwen. Het lukt. Mevrouw ligt. ‘Mag ik een deken?’, vraagt ze. Tja. Dat gaat moeilijk. Mevrouw ligt op de deken. Gelukkig is er een plaid op de stoel naast het bed. We dekken haar toe en we verlaten de kamer.

Ik heb aan de gebeurtenis een gemengd gevoel aan overgehouden. Deze actie leidde tot een reactie van de zorgmedewerkers dat dit niet de bedoeling was. Mevrouw wil immers na een tijd weer uit haar bed. Overdag wordt ze niet op bed gelegd.

Mevrouw wil naar bed, mevrouw wil uit bed. Mevrouw kan dit echter niet zelf en daarom verhinderen wij dit. Daarbij laten we mevrouw haar hulp vraag uitschreeuwen en reageren we niet meer, daarbij constaterend dat mevrouw altijd zo schreeuwt en alleen maar in of uit bed wil….

Wat als mevrouw kon nog lopen…..? Hadden wij haar uit bed gesleurd, omdat wij al dan niet terecht van mening waren, dat ze niet in bed kon liggen?

© Amiad Ilsar.