Niet invullen

Soms zijn er veel vrijwilligers aanwezig om te helpen met de activiteiten. Soms zijn er heel weinig. Vandaag is het zo’n moment. We gaan bloemschikken. Ik kom met een vrijwilliger terecht op de vierde verdieping met wat bloemen, scharen, steekschuimsponsjes en plastic bakjes. We snijden de bloemen en samen met de bewoners schikken we voor alle aanwezigen een bloemstuk.  

En dan komt het moment dat de bloemstukken naar de kamers mogen. De regeling is dat iedereen die een bloemstuk maakt dit naar zijn of meestal haar kamer kan nemen. Als we met veel vrijwilligers zijn dan schikken we in een grote groep beneden in de binnentuin en dan brengen we de bloemen naar boven. Naar de kamers van de bewoners. 

Dan sta je met een bloemstuk in een kamer en moet je besluiten waar zet ik hem neer. Vaak staat er nog een verwelkt stukje, dat betere tijden heeft gekend. Nu ik boven ben en dicht bij de kamers kan ik het beste zelf de bewoners vragen. De bewoners zitten hier bijna allemaal op een rolstoel. Dus is het aan mij om de bewoners naar hun kamer rijden. ‘Wilt u de bloemen vasthouden’, vraag ik? Dan rij ik u naar u kamer.’ 

Aangekomen in de eerste kamer, die vrij kaal is lijkt het mij logisch waar de bloemen moeten staan, op het tafeltje naast het bed. Ik wijs dan ook op dit het meubelstuk. Maar ik vul nu in. Ik ga uit van mijn eigen gezichtspunt. Mevrouw in de rolstoel wijst echter resoluut naar het aanrecht. Daar moet het bloemstukje staan. Deze plek is ook favoriet bij een andere bewoonster. Zij geeft mij ook nog instructies hoe ik de door haar verzamelde plastic bakjes van oudere verwelkte en weggegooide bloemstukjes kan vinden.  

Ik loop vervolgens opnieuw met een bewoonster richting de kamer. Waar zou zij de bloemen geplaatst willen hebben? Ik vul nu niets in. Ik laat het op mij afkomen. ‘Naast mijn moeder’ is het antwoord van de inmiddels overleden dove vrouw met haar roodgeverfde haren. Ik zet de kleurige bloemen naast de zwart witte foto van een statige vrouw.  

De laatste bloemen leiden mij met een vrouw naar een kamer met een tafel waar ook al een bloemstuk staat. Het is dan ook niet verassend dat het nieuwe net gemaakte bloemstuk daar terecht moet komen. Maar ik plaats de fleurige bloemen niet eerder dan ik hoor. ‘Op tafel’. Niets is immers zeker en ik moet niet invullen. Nu niet en nooit niet. 

Een mooie les op het eind van zomaar een woensdagochtend in een vier verdiepingen gebouw, waar rond de honderd hulpbehoevende mensen zorg krijgen. 

© Amiad Ilsar 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s