De wandklok

Als ik deze ochtend moet werken valt mijn oog op een wandklok aan de muur van het kantoor. Even uitrekken, klok omdraaien, het radartje draaien, wijzers een uur voorruit, de wandklok omdraaien, tijd controleren en weer aan de muur. Met een glimlach, die wordt veroorzaakt met de gedachte dat hier misschien morgenochtend hier iemand binnenkomt en zich afvraagt hoe in de ruimte waar normaal niemand in het weekend komt de klok een uur vooruit staat. Ik geniet altijd van dit soort momenten. De tijd in mijn handen. Even spelen en iedereen is weer bij de tijd. Want mijn actie is geen grap. De zomertijd is namelijk weer ingegaan. Twee keer per jaar spelen we met de tijd. Vooruit en weer achteruit. In het voorjaar voorruit, in het najaar naar achteren. In 1977 werd de zomertijd voor het eerst in Nederland ingevoerd. In dat jaar waren er nog veel meer klokken die moesten worden bijgesteld, dan nu. De aanwezigheid van de tijd op onze smartphone, op onze computer en andere elektronische apparatuur, heeft bijvoorbeeld veel straatklokken laten verdwijnen. Ook een groot hoeveelheid kerktorens met de daarop aanwezige klokken zijn door de teruggang van het aantal kerkbezoekers verdwenen. En ik zelf draag ook geen polshorloge meer. Buiten het kantoor in de grote hal van het dagcentrum hangt ook een wandklok. Ik loop naar de plek boven de wasbak. Een spijker. Verder is de plek leeg de wandklok is weg.

Enkele dagen later. Het is woensdagochtend. De afspraak voor deze ochtend is kwart voor elf. Precies op tijd worden we geroepen voor het adviesgesprek op de middelbare school, waar onze dochter en wij voor hebben gekozen. Hetzelfde kantoor waar we jaren geleden met de oudere zus hebben gezeten. De tafel waar twee laptops op staan is inmiddels een kwart slag gedraaid. Ik stap als eerste het kantoor binnen en ga aan zijkant zitten. Een in dit verhaal relevant gegeven. Mijn vrouw en dochter nemen plaats tegenover de laptop plekken met hun rug naar de deur.

Na een aantal minuten kijk ik naar de deur en valt mijn oog op een zilvergrijze wandklok met datum. Bijna tien uur. Bijna tien uur? In dit kantoor is niemand in het weekend of later in het begin van deze week geweest, die zijn arm uitstrekte, de klok pakte en de wijzers heeft verzet.

Eerlijk gezegd de wandklok hangt wat hoog om eenvoudig bij te komen. Een wandklok waar je makkelijk bijkomt, hangt vaak te laag.  Een wandklok impliceert een hoge plek aan de muur. Voordat een wandklok aan de muur hangt kunnen wij hem in de hand houden en ergens neerleggen. In een rollator bijvoorbeeld ideaal voor iemand met slecht zicht.

Een dame van ruim negentig. Achter haar rollator wandelt ze elke dag vanuit haar kamer op de tweede verdieping naar andere plekken in het huis. Meestal naar beneden. De kapper, de receptie, de eetzaal en de binnentuin. Altijd met rollator en altijd met haar opvallende klok in het mandje van diezelfde rollator. Elke dag weer. Op een gegeven ogenblik komt ze dan weer met de lift op haar kamer op de tweede verdieping terecht.

IMG-20170331-WA0001

En dan volgt er een gebeurtenis waarbij ik met de sociale werkster bij de lift op de vierde etage sta. De lift deuren gaan open. Totaal onverwacht stapt de dame van de tweede uit de lift. Zonder rollator. ‘Waar is uw rollator, u kunt zo vallen’. Deze vraag en zorg wordt uitgesproken door de sociale werkster.

Er komt geen antwoord. Mevrouw kijkt ons verbaasd aan. Met alleen haar wandklok in haar hand is ze in ieder geval bij de tijd.

© Amiad Ilsar.

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s